Op 5 november brak een dam van de Samarco mijn in de buurt van Resplendor, Brazilië. Een tsunami van modder en water vol giftige afvalresten spoelde dorpen weg. 600 Mensen verloren hun huis. Minstens 13 mensen kwamen om het leven en 11 mensen zijn nog vermist.

Maar de gevolgen en de omvang van de ramp blijven zich weken later nog steeds uitbreiden. De modderstroom bereikte de Doce River en stroomde honderden kilometers tot aan de Atlantische Oceaan, waar het de broedplaats van met uitsterven bedreigde ‘leatherback’ schildpad aantast. Van landinwaarts tot aan de Atlantische Oceaan doodden de giftige afvalstoffen van de mijn het overgrote deel van het  leven. Het drinkwater van vele honderdduizenden mensen is vervuild, waardoor zij uren in de rij moeten staan om water in flessen te kopen. De tragedie bedreigt het traditionele leven van de Krenak, een inheemse bevolkingsgroep die langs de Doce River woont.

De mijn is een open dagbouw van Samarco, een joint venture van Vale en BHP Billiton. In deze mijn wordt ijzererts gedolven, maar beide bedrijven hebben ook een groot aandeel in steenkoolmijnen wereldwijd. Ook steenkoolmijnen produceren enorme hoeveelheden afvalwater dat achter een dam wordt opgeslagen in enorme bassins. Deze dammen zijn over het algemeen niet meer dan een berg zand dat opgegraven is in de mijn. De dammen staan bekend om hun risico, veel ingenieurs waarschuwen dat het bij dit soort dammen niet een kwestie is van óf ze breken, maar wanneer.

Open dagbouw mijnen en hun provisorische dammen die grote hoeveelheden giftig afvalwater moeten tegenhouden zijn over de hele wereld te vinden: van Zuid-Amerika tot Canada, China tot Autralië, en ook in Oost-Europa. Ze vormen een bedreiging voor alles dat stroomafwaarts leeft.