De vervuiling door fossiele brandstoffen kost dit jaar volgens het IMF 5.600 miljard dollar. Dat bedrag wordt echter niet doorberekend in de prijs.

Door: Gerard Reijn

Niet windmolens draaien op subsidie, maar de kolen­, olie­ en gasindustrie. Fossiele brandstoffen worden steeds zwaarder ‘gesubsidieerd’ omdat de vervuiling die zij veroorzaken niet wordt belast. Wereldwijd gaat het dit jaar al om 5.600 miljard dollar (5.028 miljard euro) per jaar. Dat is 33 procent meer dan in 2011, en beloopt ruim 6 procent van het bruto mondiaal product. Als aan die subsidie een einde wordt gemaakt, kunnen regeringen hun budgettaire problemen aanmerkelijk verlichten, verdwijnen milieuproblemen als sneeuw voor de zon en neemt de welvaart toe. Het is niet Greenpeace die dat stelt, maar het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De subsidie op fossiele energie is groter dan alle overheidsuitgaven aan gezondheidszorg bij elkaar.

 

Twee soorten

Het IMF onderscheidt twee soorten subsidie. De ‘gewone’ subsidies, waarmee de prijs van benzine of elektriciteit laag wordt gehouden. Deze vorm van subsidie komt dit jaar uit op 333 miljard dollar en daalt stevig. Die daling komt deels door een daling van de brandstofprijzen op de wereldmarkten en deels doordat een aantal landen de moed hebben gehad de populaire brandstofsubsidies te verlagen, zoals Marokko en Egypte. Dat soort subsidie is echter maar een schijntje vergeleken met de andere vorm: dat de vervuiler niet hoeft te betalen. Het gebruik van gas, olie en vooral steenkool veroorzaakt onder meer enorme schade aan milieu, met alle stormen, droogten en stortbuien van dien, en aan de gezondheid van mensen. De verborgen subsidie van het type de­-vervuiler­-betaalt­-niet is sinds 2011 gestegen van 4.000 miljard dollar naar 5.300 miljard door de sterke toename van het energiegebruik, vooral van steenkool.

 

Externe kosten

Al die schade mag ongestraft worden aangericht en wordt niet doorberekend in de prijs van elektriciteit, verwarming of autobrandstof. In de economische theorie heten deze kosten ‘externe kosten’. In de ideale wereld zitten de externe kosten in de kostprijs, maar dat is zelden zo. In Nederland gebeurt het enigszins door bijvoorbeeld zuinige auto’s minder te belasten dan gulzige. Dat de gebruiker de externe kosten niet betaalt, merkt het IMF aan als een vorm van subsidie. Deze verborgen subsidie is zestien keer zo groot als de ‘echte’ subsidies waarmee landen als India en Egypte hun automobilisten en stroomgebruikers tevredenstellen.

 

Klimaattop

Het rapport van het IMF zal koren op de molen zijn van de lobby voor duurzame energie. Die krijgt steeds voor de voeten geworpen dat ‘windmolens niet draaien op wind, maar op subsidie’. Maar uit de IMF­studie blijkt dat het verstoken van fossiele brandstof drijft op het gratis mogen vervuilen, vergiftigen en opwarmen van de directe omgeving en het klimaat. Het rapport verschijnt op een moment dat de wereld zich voorbereidt op de volgende klimaattop, in december in Parijs. Daar staat op de agenda hoe de opwarming van het klimaat kan worden beperkt. Die opwarming wordt toegeschreven aan het verstoken van fossiele brandstof.

Nog maar een paar weken geleden zei Jim Yong Kim, president van de Wereldbank, dat de lage energieprijzen een uitgelezen gelegenheid zijn om een einde te maken aan de prijssubsidies op brandstoffen. Hij juichte ook de invoering van ‘koolstofbelasting’ toe, een belasting waarmee een land als Zuid­Korea het gebruik van fossiele brandstoffen wil afremmen.

 

Verborgen

De grootste (verborgen) subsidies worden verstrekt door China. Alleen al in dat land gaat het om 2.300 miljard dollar, dus meer dan eenderde van de totale wereldwijde energiesubsidie. Daarna volgen de Verenigde Staten met 655 miljard en Rusland met 335 miljard. India betaalt slechts 277 miljard dollar aan verborgen subsidie, de Europese Unie 330 miljard. De externe kosten van het gebruik van fossiele brandstoffen zijn in veel steden in bijvoorbeeld China goed te zien. Een stad als Peking heeft nooit meer schone lucht en als er een keer Olympische Spelen worden gehouden moet de halve economie er worden stilgelegd. De Wereld Gezondheids Organisatie WHO schat dat in China jaarlijks een miljoen mensen voortijdig sterven door luchtvervuiling.

Door de berekeningswijze van het IMF vallen vervuiling en subsidie goeddeels samen. Dat betekent ook dat de meest vervuilende brandstof het meest wordt gesubsidieerd. Dat is steenkool. Driekwart van de verborgen subsidie op steenkool heeft te maken met de plaatselijke luchtvervuiling, waardoor omwonenden ziek worden of sterven. Een kwart heeft te maken met de gevolgen voor het klimaat.

 

Enorme voordelen

De schade die door olie (benzine, diesel) wordt aangericht, is iets anders. Daarvan heeft 40 procent betrekking op 2015-05-20_11h31_28verkeerscongestie en ­ongelukken en schade aan wegen. Opwarming van het klimaat en luchtvervuiling bij elkaar zijn goed voor 31 procent. Als de complete verborgen subsidie wordt afgeschaft, zijn de voordelen enorm, stelt het IMF. Om te beginnen stijgen de belastinginkomsten dan sterk, want de ‘externe kosten’ worden in de prijs verwerkt door belasting te heffen op vervuiling. Hoe meer vervuiling, hoe groter de belastingheffing. Als alle ‘subsidie’ op deze manier wordt wegbelast, hebben we het wereldwijd over 3.000 miljard dollar oftewel 4 procent van het bruto mondiaal product. En 10 procent van de totale belastinginkomsten. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat door de prijsverhogingen de consumptie van steenkool, olie en gas al aanzienlijk terugloopt.

Bovendien kunnen mensen in Beijing en andere steden die worden geteisterd door zware smog opgelucht ademhalen. Het aantal vroegtijdige sterfgevallen als gevolg van luchtvervuiling zal dalen met 55 procent. Klimaatdoelen zouden in één klap worden bereikt, want de CO2­uitstoot zou met 20 procent dalen. En terwijl bij maatregelen voor het milieu meestal de vraag is: wie moet dat betalen, rekent het IMF ook nog eens voor dat de economie er wél bij vaart. De mondiale economie zou er 2 procent door groeien. In China en omstreken het meest: met ongeveer 7 procent. En dat komt vooral doordat de Chinezen dan zouden ophouden zichzelf massaal te vergiftigen.