Naomi Klein (Source: Flickr/Jonathan Dy)

 

De strijd tegen klimaatverandering zou net zo radicaal moeten zijn als de strijd tegen apartheid, aldus Canadese auteur

De klimaatbeweging zou even radicaal moeten zijn als Nelson Mandela’s strijd tegen apartheid, beweerde Naomi Klein vandaag in een toespraak voor een Londens publiek. Op een bijeenkomst in de Royal Society voor een conferentie over hoe de wereldwijde CO2-uitstoot drastisch en onmiddellijk kan worden verminderd, pleiten sprekers waaronder Naomi Klein, Kevin Anderson en Corinne le Quéré voor een nieuwe golf van radicale milieuactie.

“Vernieuwend beleid moet met vernieuwende politiek worden ondersteund ,” aldus Klein, een Canadese journaliste en auteur van de groene beweging, via weblink. “Een agenda die  radicale vermindering van uitstoot teweeg kan brengen zal alleen vooruitgang boeken met de aanwezigheid van een radicale beweging.” Net als de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika, vereist de klimaatstrijd “een duidelijke morele blik op het alternatief waarvoor gestreden wordt,” zegt Klein. Net zoals Mandela liever vocht voor een nieuwe ‘gelijkwaardige regenboogsamenleving’ in plaats van simpelweg tegen racisme, moeten milieuactivisten een nieuwe benadering van de samenleving neerzetten.

Het is tijd voor een nieuwe generatie van milieuactivisme, zegt ze – één die niet wordt gedomineerd door acceptatie van de heersende kijk op de wereld, maar één die losbreekt van de “ideologisch vastgeroeste omgeving waarbinnen we allemaal opereren.” Het niet betwisten van een op eigenbelang gebaseerde ideologie en een almachtige handel – deze week versterkt door een door de Wereldhandelsorganisatie gesloten deal – heeft de milieubeweging al sinds eind jaren ‘80 beperkt, zegt ze. “Dit was tot nu toe de strategie, en het heeft spectaculair gefaald. Het heeft actief de ideeën versterkt die onze grootste obstakels waren – vooral het idee dat er geen samenleving bestaat, dat we worden gedefinieerd door eigenbelang, de verlangens van consumenten.

Radicale reducties
Deze radicale herbezinning van de milieubeweging zal nodig zijn als hoogleraar Kevin Anderson van de Tyndall Centre zijn hoop wil waarmaken. Hij beredeneert dat in een voor ontwikkelingslanden eerlijke strijd tegen klimaatverandering, rijke landen hun emissies jaarlijks met 10% moeten reduceren, wat neerkomt op een reductie van 90% in 2030. Dit is gebaseerd op de veronderstelling dat ontwikkelingslanden ook omstreeks 2025 met hun emissies zullen pieken, en daarna jaarlijks hun emissies met 6-8% zullen reduceren. Anderson zegt dat alleen door het aannemen van deze moeilijke doelstellingen, de wereld binnen het koolstofbudget kan blijven voor de hoeveelheid CO2 die kan worden uitgestoten om de wereld binnen de veilige grenzen van opwarming te houden – en tegelijkertijd ontwikkelingslanden de kans te geven zichzelf uit armoede te bevrijden.

Er is een lange weg te gaan van de huidige politieke doelen en het trage tempo waarin het internationale proces in hun richting komt. De EU bijvoorbeeld, overweegt momenteel voor 2030 een doelstelling van een reductie van ongeveer 35-45%. Toegevende dat zijn idee bespot zou worden, zegt hij: “Dat is een goede zaak… het is een poging te helpen bij de verbeelding en helderheid van gedachten om anders over de wereld te denken.” Maar hij voegt daaraan toe dat het niet politiek onmogelijk was, en dat politici niet moeten worden beschouwd als een elitegroep die in een compleet andere sfeer opereert. Veel van hen delen vergelijkbare doelstellingen, zegt hij, en de burgermaatschappij moet er zijn om ze te ondersteunen in het nemen van ambitieuze maatregelen.

Triggers
Maar het teweegbrengen van deze radicale veranderingen hangt niet simpelweg af van activisten die een luisterend oor weten te vinden in Whitehall of het Witte Huis. Als de optredende veranderingen in het klimaat dramatischer worden, zullen de opvattingen in de samenleving een radicalere aanpak goedkeuren. Extreem weer van het soort wat zich in de afgelopen jaren voordeed, zoals de orkaan Sandy en de hittegolfervaringen in Europa in 2010 en 2003, zal vaker voorkomen en fungeren als ‘trigger’, als aanleiding tot een nieuwe manier van denken. “Zaken zouden snel kunnen veranderen en de reden daarvoor is dat de samenleving geen rationeel wezen is. Er zijn triggers die maken dat mensen van gedachte veranderen over dingen.” “Ik denk dat één van deze dingen de reactie is op extreme gebeurtenissen. Dit leidt in de maatschappij tot veel nadenken, en er zijn veel extreme gebeurtenissen geweest in de afgelopen jaren.”

Andere sprekers op de conferentie vergeleken de strijd tegen klimaatverandering met de oorlogsinspanningen in de jaren ‘40, waarbij de geïndustrialiseerde wereld hun economieën volledig herstructureerden om de uitdaging aan te pakken waarmee ze werden geconfronteerd. Er zijn natuurlijk beperkingen aan deze vergelijking, zegt Laurence Delina van de Universiteit van New South Wales: “Klimaatverandering is complexer dan oorlog voeren.” Maar het voorbeeld laat zien dat zo’n remodelering van de samenleving tot de mogelijkheden behoort.

Dit is niet louter een academische oefening, zegt Klein. “Je kunt er zeker van zijn dat er een beweging opborrelt. Het is er één die je meest radicale ideeën neemt en daarmee aan de slag gaat.”

Dit is een vertaling van een artikel van Sophie Yeo, dat  op 11 december werd gepubliceerd door Responding To Climate Change .  Het origineel  is te vinden op
http://www.rtcc.org/2013/12/11/climate-movement-needs-radicals-like-nelson-mandela-naomi-klein/