11 december 2010

Energiebedrijven, keer terug nu het nog kan

Door de aanleg van vijf kolencentrales kiezen overheid en energiebedrijven voor een extra CO2-uitstoot, zoveel als negen miljoen auto’s. Kolen en andere fossiele brandstoffen zijn niet de keus van de toekomst. Het wordt tijd de keus te maken voor een nieuwe economie rondom duurzame energie. Als Nederland zich nu vastlegt op kolencentrales, raken we uiteindelijk achterop. Wetenschappers roepen de bedrijven (E.ON, Essent, Electrabel, NUON en C.GEN) en de aandeelhouders op hun plannen voor kolencentrales te stoppen. Als de politiek passende maatregelen neemt, kunnen we echt omschakelen naar duurzame economie.

Steenkolen zijn de meest vervuilende brandstof om energie uit op te wekken en dragen het meeste bij aan klimaatverandering. Nederland wordt de vieze man van Europa door te kiezen voor vervuilende kolencentrales. Terwijl de maatschappij en de wetenschap het steeds meer eens zijn over de risico’s van klimaatverandering en de noodzaak deze te voorkomen, komt ons land met deze extra steenkolencentrales klem te zitten in vervuilende energieopwekking.
Kolencentrales verdringen de duurzame energieopties uit de markt omdat kolencentrales niet flexibel zijn, waardoor de noodzakelijke overgang naar een duurzame energievoorziening ernstige vertraging oploopt. Kolencentrales gaan minstens dertig jaar mee. Dat betekent dat ons land zich vastlegt op een technologie waarvan we nu al weten dat die in de toekomst achterhaald zal zijn en waarmee we nog decennia lang zitten opgescheept. Voor de Nederlandse stroomvoorziening zijn de kolencentrales niet nodig: de stroom zal grotendeels worden geëxporteerd.

De noodzaak van verandering wordt steeds duidelijker zichtbaar. Nu al zorgt klimaatverandering volgens het Global Humanitarian Forum voor 125 miljard dollar aan schade per jaar. Zij voorspellen dat door hittegolven, overstromingen, stormen en bosbranden in 2030 mogelijk een half miljoen slachtoffers per jaar zullen vallen. Terwijl de rijke landen de klimaatcrisis hebben veroorzaakt, vallen bijna alle slachtoffers in ontwikkelingslanden, omdat mensen daar veel kwetsbaarder zijn.

Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) moeten de industrielanden hun gezamenlijke emissies in 2020 met 25 tot 40 procent hebben teruggebracht. Ons land gaat wat betreft het belangrijkste broeikasgas, CO2, echter volstrekt de andere kant op. De totale CO2-uitstoot in Nederland is sinds 1990 toegenomen van 159 miljoen ton tot 170 miljoen ton vorig jaar. De feitelijke CO2-uitstoot van de energiesector in Nederland in dezelfde periode toegenomen van 42 miljoen ton naar 52 miljoen ton. Dat is een toename van 24 procent! Het kan anders.

Het is mogelijk om onze stroomvoorziening in 2050 volledig te laten draaien op duurzame energie. Door een innovatief klimaatbeleid kunnen we veel besparen op de toekomstige energierekening. Als we vasthouden aan fossiele brandstoffen zullen onze energiekosten de komende decennia aanzienlijk stijgen door toenemende schaarste en dus hogere prijzen. Over vijftien jaar zou een groot deel van de woonlasten uit energiekosten kunnen bestaan: dit treft vooral de minder draagkrachtigen in de samenleving. Naast een economisch- en milieuprobleem zijn brandstofkosten ook een sociaal probleem.
Een investering in duurzame energieopwekking betekent op de korte termijn kosten, maar zorgt op de langere termijn voor minder afhankelijkheid en de kosten van duurzame energie zullen sterk afnemen als de technologie verder wordt ontwikkeld. Investeren in duurzame energie is voordelig in zowel macro-economisch als bedrijfseconomisch opzicht. De burger gaat er op den duur op vooruit.

Met een voortvarend klimaatbeleid kunnen Nederland en de Europese Unie zich ontwikkelen tot innovatieve voorlopers. Klimaatbeleid levert niet alleen kosten, maar ook baten. Denemarken wekt 25 procent van haar elektriciteit op met windparken en exporteert de kennis wereldwijd. In China werken nu al 600 duizend mensen in de zonne-energiesector en in Duitsland heeft het stimuleren van duurzame energie meer dan 340 duizend nieuwe banen gecreëerd.
Een keuze voor duurzaamheid levert kansen voor nieuwe sectoren.

Kerncentrales zijn met de huidige kennis geen onderdeel van duurzame energie. Kernenergie verdringt duurzame energie en levert levensgevaarlijk afval op, voor duizenden jaren, waarvoor nog steeds geen bevredigende oplossing is gevonden. Daarnaast spelen er in de keten van uraniumwinning veel problemen rond gezondheid van omwonenden en mijnarbeiders en milieuvervuiling.

Als de overheid daadwerkelijk kiest voor het principe van ‘de vervuiler betaalt’, betalen energiebedrijven voor de kosten van vervuiling en klimaatverandering. Het is nu omgekeerd: de overheid subsidieert fossiele energieopwekking door energiebedrijven vrij te stellen van belasting. Ook kernenergie krijgt steun door garantstellingen van de overheid. Duurzame energie ondervindt hier hinder van. Een gelijk speelveld kan worden bereikt door de belastingheffing geleidelijk te verschuiven van belasting op inkomen naar belasting op verbruik van vervuilende brandstoffen.

Binnen Europa kan een bodemprijs worden afgesproken voor te veilen emissierechten zodat bedrijven duidelijkheid hebben over de toekomstige prijs van CO2. De Nederlandse overheid moet dan niet afspreken met de energie-intensieve industrie om de kosten van emissierechten te betalen. In plaats daarvan kan binnen Nederland energiebesparing gestimuleerd worden door aan grootverbruikers het gewone stroomtarief te rekenen en niet een verlaagd tarief.

Met scherpe normen aan hoeveel CO2 apparaten, auto’s en woningen mogen uitstoten, kan nog een grote slag worden gemaakt. Als ook de energiebedrijven duidelijkheid krijgen over de toekomstige normen en kosten van emissies, zal duidelijk zijn dat de bouw van kolencentrales niet winstgevend is. Door met de bouw van kolencentrales te beginnen maakt Nederland zich bijzonder kwetsbaar voor toekomstig klimaatbeleid.

Om onze stroomvoorziening in 2050 te laten draaien op duurzame energie moeten we nu de juiste keuzes maken. Energiebedrijven en overheid, neem uw verantwoordelijkheid. Kies voor de toekomst en niet voor oplossingen uit een vorig tijdperk.

Prof. dr. Reyer Gerlagh, hoogleraar Milieu-economie, Tilburg Universiteit

Prof. dr.ir. Jan Rotmans, hoogleraar Duurzame Transities, Erasmus Universiteit Rotterdam

Prof.ir. Klaas van Egmond, hoogleraar duurzaamheid, Universiteit Utrecht

Prof. dr. Esther Mirjam Sent, hoogleraar Economie, Radboud Universiteit Nijmegen

Prof. dr. Frans Stokman, hoogleraar Methoden en Technieken Sociale Wetenschappen, Universiteit Groningen,

Prof. dr. ir. Gert Spaargaren, hoogleraar Milieubeleid, Wageningen Universiteit

Prof.dr. Johan Schot, hoogleraar Geschiedenis der Techniek, Technische Universiteit Eindhoven

Prof. dr. John Grin, hoogleraar beleidswetenschap, Universiteit van Amsterdam

Prof. dr. Kees Hummelen, hoogleraar Chemie, Universiteit van Groningen

Prof. dr. Lucas Reijnders, hoogleraar Milieukunde, Universiteit van Amsterdam

Prof.dr. Paquita Pérez, decaan Faculteit Natuurwetenschappen, Open Universiteit Nederland

Prof. dr. ir. Pier Vellinga, hoogleraar klimaatverandering Wageningen Universiteit/VU Amsterdam

Prof. dr. Pieter Leroy, hoogleraar Milieu en Beleid Radboud Universiteit Nijmegen

Prof dr. Pim Martens, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling, Universiteit Maastricht

Prof. dr. Rene Kemp, hoogleraar Innovatie en Duurzame Ontwikkeling ICIS, Universiteit Maastricht

Prof. dr. Wubbo Ockels, hoogleraar Duurzame Technologie, Technische Universiteit Delft

BRON