2013-01-27 | Bron: insnet | 1684

Groene stroom, zo zit het echt

De laatste weken wordt er via de media een stevige robber gediscussieerd over hoe het nu zit met die groene stroom. Greenpeace, Wise, de Consumentenbond tegen een met geld van Essent gesteunde en nota bene door het NOS journaal gepromote HIER-campagne, wiens directeur Sible Schöne beweert dat Nederland ‘wordt belazerd met groene stroom’.

Op een kritisch stuk van Duurzaamnieuws reageerde Schöne vorige week, waarbij hij de feiten toch niet helemaal in de ogen wilde kijken. Reden voor Duurzaamnieuws om uit te zoeken hoe de groene stekker nu werkelijk in het stopcontact steekt.

Inzet van de discussie zijn twee punten: hoe groen is de stroom die je koopt nu echt en hoe vergelijk je op een eerlijke manier de verschillende mogelijkheden om groene stroom te kopen.

Groen of niet groen

De handel in groene stroom is in twee delen gesplist: aan elke groen opgewekte Kwh stroom hangt een certificaat, een GVO (garantie van oorsprong). Als je groen opgewekte stroom ook groen wil verkopen, moet je met de Kwh’s ook de GVO’s verkopen. Bij het verbruik van die groene stroom worden de GVO’s vernietigd, samen met het verdwijnen van de Kwh’s.

Maar je kunt ook de stroom en de GVO’s apart verkopen. Dan wordt de stroom grijs en kan een andere partij de GVO’s kopen, om daarmee zijn eigen grijze stroom te ‘vergroenen’. Er is dus voor elke GVO wel degelijk groene stroom opgewekt, alleen zijn de kwaliteiten groen en grijs van gebruiker gewisseld. Dat is nu wat er gebeurt bij de import van GVO’s van waterkrachtstroom uit Noorwegen. De Noren hoeven die GVO’s niet omdat ze weten dat bijna al hun stroom groen is.

Nu zijn die GVO’s ooit uitgevonden om onderscheid te kunnen maken tussen groene en grijze stroom en vooral om te zorgen dat er voor elke GVO ook daadwerkelijk nieuwe groene stroom wordt opgewekt. Daar wringt de kabel, bij ‘nieuw opgewekt’. Want die waterkrachtcentrales in Noorwegen stonden er al toen de GVO’s werden bedacht. En die maakten al groene stroom. Daar konden en kunnen ze dus gratis en voor niets GVO’ voor krijgen, die ze aan groengeile buitenlanders kunnen verkopen om hun grijze stroom groen mee te maken, zonder dat er een Kwh extra groene stroom wordt opgewekt.

Is dat erg? Ja, wanneer je principieel zoveel mogelijk groene stroom wil opwekken. Kun je dat energiebedrijven kwalijk nemen? Ten dele, want in de praktijk kunnen ze niet anders. In Nederland is de vraag naar groene stroom drie keer groter dan de eigen productie, met dank aan de vooruitziende blik van onze overheid. Wil je als leverancier geen nee verkopen, dan kun je niet anders dan Noorse GVO’s gebruiken om ingekochte stroom van elders te vergroenen.

Om hoeveel stroom gaat het? Veel. De helft van de groene stroom in Nederland is ‘Noors groen’ en was bij geboorte grijs. Dat zal voorlopig nog zo blijven, omdat nog niet alle Noorse waterkrachtcentrales GVO’s hebben aangevraagd. Er hangen nog zo’n 24 miljoen GVO’s boven de markt, genoeg om het gehele stroomverbruik van alle Nederlandse huishoudens te vergroenen. Zie de cijfers:

Bij wie moet je nu terecht om toch met een zuiver geweten groene stroom te kopen?

Aan de ene kant staan Greenpeace, Wise en de Consumentenbond die zich baseren op rapporten van SOMO, en al sinds 2006 het stroometiket van de leveranciers publiceren. Dat etiket is samengesteld op basis van de verschillende bronnen van stroomproductie van een leverancier en op hun voornemen om al dan niet groen te investeren.

Aan de andere kant staat HIER, dat met steun van Essent een nieuwe vergelijkingssite heeft geopend, waar stroomproducten met elkaar worden vergeleken, zonder daarbij het bedrijf zelf te betrekken. De discussie laaide op toen bleek dat bij gebruik van de HIER-vergelijker wel erg vaak Essent met het meest groene product bovenaan staat.  (saillant detail: ‘groene stroom’ is in de Benelux een handelsmerk van Essent NV)

In de uitzending van Kassa Groen van vorige week zei Schöne dat de leveranciers op de website naar grootte zijn gerangschikt. Bij navraag mailt hij Duurzaamnieuws.nl dat het gaat om de omvang van de groene stroomproductie per bedrijf. En ‘dat de samenstelling van de producten is gebaseerd op het stroometiket, dat wordt gecontroleerd door CertiQ. De bedrijven hebben daarbij zelf informatie aangeleverd over de herkomst.’

Waarom wordt er op de website geen informatie gegeven over de omvang van het besproken stroomproduct, willen we graag weten. Dat blijkt een bedrijfsgeheim dat Schöne zelf ook graag zou kennen.

En hoe zit het met het gedeelte geleverde groene stroom in verhouding tot de totale afzet van het bedrijf?  Het antwoord is even kort als veelzeggend: ‘Wij beoordelen producten, bovendien is de totale afzet per bedrijf bedrijfsgeheim.’

Uit bronnen van Duurzaamnieuws blijkt dat in 2011 maar liefst 94% van de investeringen van Essent naar fossiel en atoom ging. Over de jaren wordt het etiket van Essent eigenlijk alleen groener door steeds meer GVO’s uit Noorwegen te kopen. Die informatie blijft onzichtbaar als je alleen maar naar producten kijkt.

Markus Schmid, campaigner bij WISE: “Elk bedrijf kan een leuk groen product in de markt zetten, wij kijken naar het hele portfolio en naar de koers die een bedrijf vaart. Als je 1 biologische kip in de etalage legt maar verder alleen plofkippen verkoopt verdien je niet een goedkeuringsstempel van een milieuorganisatie als HIER”.

En met dat bedrijfsgeheim rond de afzet van stroom blijkt het wel mee te vallen: even googelen levert een schat aan gegevens over omzetten en afzetten van energiebedrijven, vaak door hen zelf in jaarverslagen gepubliceerd, en zelfs een website van de eigen sponsor van HIER, Essent, waar realtime de productie van de grote centrales kan worden gevolgd.

Het verschil in de beoordelingen is duidelijk: de een bekijkt alle activiteiten van het bedrijf dat (ook) duurzame energie verkoopt, de ander kijkt alleen naar groene producten van energiebedrijven en laat hun andere activiteiten buiten beschouwing.

Verschillende maatstaven geven verschillende uitkomsten. Kijk je alleen naar de omvang van groene stroom productie, dan is de top drie (bron:somo 2010):

1    essent  (40% groen)
2    eneco  (26% groen)
3    nuon  ( 22,5% groen)

Kijk je naar de verhouding tussen groen en grijs in het complete aanbod van de stroomleverancier, dan ziet dat er zo uit:

1    windunie / greenchoice / nhec  (100% groen)
2    oxxio  (86% groen)
3    dong energy  (42% groen)

Wie voor groene stroom kiest doet dat niet zo maar. Dat is in het algemeen een heel bewuste keuze van mensen en bedrijven om een bijdrage te leveren aan een duurzame en klimaatveilige wereld. En wie duurzaamheid als uitgangspunt kiest kan niet om de keten heen die uiteindelijk tot het product leidt. Dat is een algemeen geaccepteerd uitgangspunt in duurzaamheid en dat is ook de basis van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Hoe vreemd is het dan dat een organisatie die zich zelf opwerpt als voorvechter van het klimaat juist het tegenovergestelde doet en zich gaat baseren op enkele op zich zelf staande producten, zonder daarbij zelfs de eigen organisatie van de leverancier te betrekken, laat staan de keten. De vraag die je zou moeten stellen is in feite:  wil je het risico lopen dat met de winst van jouw groene stroom uiteindelijk toch weer een kolencentrale wordt gebouwd, die het effect van jouw keuze weer meer dan teniet doet?

Conclusie

Als je voor groene stroom kiest om met die keuze de productie van grijze stroom te beperken, dan is het importeren van buitenlandse GVO’s van bestaande installaties ongewenst. Vergroende import verandert niets aan de situatie. Dat probleem kan worden opgelost door (internationaal) geen GVO’s meer toe te kennen aan installaties, die op het moment van introductie van GVO’s al in werking waren en deze uitsluitend toe te kennen aan nieuwe installaties. Of door de export van GVO’s te koppelen aan de daadwerkelijke export van elektriciteit en geen afzonderlijke handel in GVO’s meer toe te staan.

Als je groene stroom van verschillende leveranciers wil vergelijken, dan is het niet wenselijk om die vergelijking te beperken tot afzonderlijke producten. Net zoals in het geval van de GVO’s dient de keten erbij te worden betrokken. Wie voor groene stroom kiest doet dat om de productie van grijze stroom te beperken en / of méér groene stroom te laten produceren. En dan wil je toch niet dat de winst van jouw groene stroom toch weer wordt geïnvesteerd in nieuwe kolencentrales?  Zonder het geven van aanvullende informatie kun je stellen dat het vergelijken op alleen productniveau misleidend is voor consumenten, die voor het overgrote deel geen kennis en inzicht hebben in de omvang en de aard van energiebedrijven. Bovendien zet HIER met haar boodschap goedwillende en hardwerkende groene energiebedrijven onterecht in een kwaad daglicht.

Er wordt momenteel in Nederland te weinig groene stroom opgewekt om aan de vraag te kunnen voldoen. Door het importeren van GVO’s is dat niet zichtbaar voor de consument. Wanneer dat duidelijker wordt gecommuniceerd ontstaat er mogelijk meer druk op de overheid om eindelijk eens serieus werk te maken van duurzame energie. Daarvoor is het ook van belang dat de milieubeweging de rijen sluit. Want een klimaatcampagne die met geld van het bedrijfsleven de eigen doelstelling tegenwerkt draagt weinig bij aan de geloofwaardigheid van die beweging. Die speelt de fossiele lobby alleen maar in de kaart.

Peter van Vliet